De spoorlijn Boxtel–Wesel, ook wel het Duits Lijntje genoemd (in Duitsland de Boxteler Bahn), was een internationale spoorverbinding van de Noord-Brabantsch-Duitsche Spoorweg-Maatschappij (NBDS). De lijn had een totale lengte van 92,9 kilometer en verbond Boxtel met het Duitse Wesel via onder meer Veghel, Uden, Gennep en Goch. Het traject werd gefaseerd geopend in 1874 en 1878. Het Nederlandse deel kwam na 1925 in handen van de Staatsspoorwegen, terwijl het Duitse deel als DB 2515 onder beheer van de Deutsche Reichsbahn viel. Het laatste overgebleven deel tussen Boxtel en Veghel is buiten gebruik; de rest van het traject is opgebroken.
De spoorlijn maakte aanvankelijk deel uit van een belangrijke internationale verbinding tussen Londen, Berlijn en Sint-Petersburg. Vanaf 1881 reden er internationale D-treinen over het traject, waarmee reizigers zonder overstappen van Vlissingen naar Berlijn konden reizen. Diplomaten en vorsten, waaronder Russische tsaren, maakten gebruik van deze route. De NBDS introduceerde in 1908 als eerste in Nederland stoomlocomotieven met asindeling 2’C, die vanwege hun blauwe kleur de bijnaam Blauwe Brabanders kregen. Het traject kende in de beginjaren een sterke groei van het aantal reizigers, met een piek van ruim 876.000 passagiers in 1913.
De Eerste Wereldoorlog betekende het einde van het internationale topverkeer. Na de nationalisatie in 1925 verloor de lijn haar internationale betekenis en werd zij gedegradeerd tot zijlijn. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde de spoorlijn een militaire rol. Op 10 mei 1940 viel de spoorbrug bij Gennep in Duitse handen, wat bijdroeg aan de doorbraak van de Peel-Raamstelling. In 1944 en 1945 werden belangrijke bruggen bij Gennep en Wesel opgeblazen, waarmee het Duitse deel van de lijn feitelijk ten einde kwam.
Na de oorlog werd de lijn stapsgewijs gesloten. Het personenvervoer tussen Boxtel en Uden eindigde in 1950. Goederenvervoer werd in de daaropvolgende decennia beëindigd, waarna delen van het spoor werden opgebroken. De Maasbrug bij Gennep werd ontmanteld na de laatste carnavalsrit in 1971. In 1982 werd nabij het voormalige station Gennep een spoorwegmonument onthuld met een gerestaureerde Pruisische stoomlocomotief. In Duitsland waren delen van het traject al eerder verdwenen of vervangen door wegen.
Het laatste deel tussen Boxtel en Veghel bleef nog enige tijd in gebruik voor goederenvervoer, maar ook dit stopte in 2004. In 2005 werden uit protest nog enkele ritten georganiseerd. Kort daarna werd de aansluiting in Boxtel verwijderd. In 2008 werd de spoorlijn administratief opgeheven. Overwegen zijn sindsdien deels verwijderd of onbruikbaar gemaakt, en bij werkzaamheden in 2019 is het wissel in Boxtel definitief gesaneerd.
Een markant onderdeel van de lijn was de spoorbrug over de Zuid-Willemsvaart bij Veghel. De oorspronkelijke draaibrug uit 1873 werd in 1940 opgeblazen. Latere versies, waaronder een elektrische hefbrug uit 1961, zijn uiteindelijk in 2014 ontmanteld. De brug werd overgedragen aan de gemeente Veghel en in 2020/2021 heropgebouwd als onderdeel van een museuminitiatief. Bij het voormalige station van Veghel wordt sindsdien gerangeerd met historisch materieel.
Ook rondom Volkel en Mill kende de lijn een militair verleden. Er waren speciale stopplaatsen en militaire zijsporen voor de luchtmachtbasis Volkel, waaronder Volkel I en Volkel II. Restanten van perrons, bruggen en verdedigingswerken zoals een nagebouwde aspergeversperring zijn nog zichtbaar in het landschap.
In de periode 2000–2006 werd onderzoek gedaan naar mogelijke heropening van (een deel van) het traject voor personenvervoer. Studies vergeleken varianten zoals snelbussen, lighttrain en sneltram. Een lighttrain tussen ’s-Hertogenbosch en Uden scoorde relatief goed op reistijd en kostendekking, maar verdere besluitvorming leidde niet tot heropening. Ook plannen voor goederenvervoer ten behoeve van een railterminal in Veghel zijn uiteindelijk niet doorgezet.
In de periode 2000–2006 werd onderzoek gedaan naar mogelijke heropening van (een deel van) het traject voor personenvervoer. Studies vergeleken varianten zoals snelbussen, lighttrain en sneltram. Een lighttrain tussen ’s-Hertogenbosch en Uden scoorde relatief goed op reistijd en kostendekking, maar verdere besluitvorming leidde niet tot heropening. Ook plannen voor goederenvervoer ten behoeve van een railterminal in Veghel zijn uiteindelijk niet doorgezet.
Sinds 2016 wordt ingezet op herontwikkeling van het tracé als fietspad met ruimte voor recreatie en ondernemerschap. In 2019 werd het resterende spoortracé grotendeels verkocht aan de betrokken gemeenten voor symbolische bedragen. Daarmee lijkt de kans op volledige heractivering van het Duits Lijntje zeer klein en krijgt het voormalige spoor een nieuwe functie in het landschap.
Deze foto’s zijn genomen in Juni 2025.
Deze foto’s zijn gemaakt in Maart 2025.





































