Kohlebergwerk G

De geschiedenis van deze steenkoolmijn gaat terug tot de vijftiende eeuw. De oudste bekende documenten vermelden al dat er in het gebied steenkool werd gewonnen. In die tijd gebeurde dit nog op kleine schaal. Lokale bewoners groeven eenvoudige schachten of wonnen steenkool uit ondiepe groeves, vaak als extra inkomstenbron tijdens de wintermaanden. In de eeuwen daarna nam de winning geleidelijk toe en werd het werk steeds professioneler georganiseerd.

Aan het einde van de negentiende eeuw werd de moderne mijn officieel opgericht. Er werd begonnen met het afdiepen van de eerste diepe schachten en de overheid investeerde flink in de ontwikkeling van het complex. De mijn moest voorzien in de groeiende vraag naar steenkool voor de staalindustrie, spoorwegen en energievoorziening. Al snel groeide het terrein uit tot een belangrijk centrum voor de regionale mijnbouw.

In de daaropvolgende jaren werd het mijncomplex steeds verder uitgebreid. Er verschenen onder andere machinehuizen, ketelhuizen, compressorgebouwen, werkplaatsen, magazijnen, een wasserij en administratieve gebouwen. Tegelijkertijd werd een complete woonwijk voor mijnwerkers aangelegd, met woningen, een school, een kerk en huizen voor leidinggevenden. Hierdoor ontstond een hechte gemeenschap die volledig rondom de mijn was opgebouwd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef de productie grotendeels doorgaan. Na de oorlog veranderde de politieke situatie, waardoor de mijn onder een ander bestuur kwam te staan. Er werd flink geïnvesteerd in modernisering en uitbreiding van de installaties. In deze periode werd een nieuwe schacht aangelegd die uiteindelijk uitgroeide tot de belangrijkste productieschacht van het complex.

In de jaren voorafgaand aan en tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef de mijn een belangrijke leverancier van steenkool voor de industrie. De productie draaide vrijwel onafgebroken en, zoals bij veel mijnen in die periode, werden ook dwangarbeiders ingezet om het personeelstekort op te vangen.

Na de oorlog bleef de mijn een van de grootste werkgevers in de regio. In de jaren vijftig en zestig bereikte het complex zijn hoogtepunt. Er werkten duizenden mensen en door de toenemende mechanisatie kon de productie sterk worden verhoogd, terwijl het aantal werknemers geleidelijk afnam. De mijn groeide uit tot een van de modernste steenkoolmijnen van het land.

Vanaf de jaren zestig werden vrijwel alle installaties vernieuwd. Nieuwe transportbanden, liften, ventilatiesystemen en elektrische installaties maakten het mogelijk om efficiënter en veiliger te werken. Om de toekomst van de mijn veilig te stellen werd later een volledig nieuwe hoofdschacht gebouwd. Deze opvallende schachttoren behoorde destijds tot de modernste ter wereld en vergde een investering van ongeveer tweehonderd miljoen euro. Het was de bedoeling dat de mijn hierdoor nog tientallen jaren zou kunnen blijven produceren.

Door de snelle afbouw van de nationale steenkoolwinning veranderden deze plannen echter drastisch. Goedkopere geïmporteerde steenkool en de hoge productiekosten maakten verdere exploitatie steeds minder rendabel. De nieuwe schacht werd daardoor slechts enkele jaren intensief gebruikt voordat de mijn definitief haar deuren sloot.

Met de sluiting kwam een einde aan meer dan vijf eeuwen steenkoolwinning in het gebied. Hoewel een deel van de gebouwen later werd gesloopt, bleef een aanzienlijk gedeelte van het complex behouden. De karakteristieke schachttoren, verschillende machinegebouwen en andere industriële constructies staan er nog steeds.

Deze foto’s zijn gemaakt in juli 2026.

Translate