Het complex op deze industriële locatie is sinds decennia in gebruik als ijzer- en staalgieterij. In de afgelopen decennia werd de bedrijfsvoering er door een industriële producent voortgezet.
De locatie heeft zijn wortels in de regionale gieterijtraditie: bronnen en bedrijfsbrochures geven aan dat de vestiging rond het midden van de jaren 1970 begon, met eerdere verwijzingen naar oudere namen en een kring van gieterijen die teruggaat tot de vroege 20e eeuw. In de loop van de tijd groeide het terrein uit tot een groter industrieterrein met meerdere hallen en bijbehorende infrastructuur.
Gedurende lange tijd maakte de vestiging deel uit van een (internationale) gieterijketen. Toen de Nederlandse tak van deze keten in zwaar weer raakte en faillissementen volgden, kwam de vestiging onder een curator te staan en werd enkele jaren later overgenomen door een industriële groep. Vanaf dat moment ging de fabriek verder onder een nieuwe naam en werden investeringen gedaan in modernisering en continuïteit.
In de jaren na de overname werd fors geïnvesteerd in modernisering en automatisering, en er liepen samenwerkingsprojecten met lokale energie-initiatieven. Miljoenen euro’s werden vrijgemaakt om productie en concurrentiekracht te herstellen.
De fabriek werd ook onderdeel van lokale energie- en duurzaamheidsprojecten: zo werd een uitwisselstation geplaatst om restwarmte van de gieterij te benutten voor omliggende voorzieningen, waarmee de site een rol kreeg in lokale warmte-/koude-infrastructuur.
Het terrein kampte daarnaast met milieukundige vraagstukken: bodem- en grondwateronderzoeken hebben verontreinigingen aan het licht gebracht, waarna gemeente en provincie langdurige monitoring en maatregelen instelden om risico’s voor omgeving en grondwater te beheersen. Dit aspect speelde mee bij vergunningen, toezicht en toekomstscenario’s voor het terrein.
Economische en marktfactoren bleken uiteindelijk doorslaggevend: hogere energiekosten, aangescherpte milieueisen en de noodzaak tot extra investeringen maakten de exploitatie steeds lastiger rendabel. In recentere jaren werd aangekondigd dat de gietwerkzaamheden gefaseerd zouden worden afgebouwd en dat de bedrijfsactiviteiten uiteindelijk zouden worden beëindigd. Daarbij werd melding gemaakt van de betrokken medewerkers en een gefaseerde uitdiensttreding, en dat er werd gekeken naar alternatieve bestemmingen voor het terrein.
Wat overblijft is een locatie met een lange industriële continuïteit: gebouwd en ontwikkeld voor gieterijactiviteiten, meerdere keren van eigenaar/naam veranderd, aangepast met moderne installaties en gekoppeld aan regionale energie-initiatieven, maar eveneens belast met bodem- en milieuhistorie en — na beleids- en marktdruk — uiteindelijk geconfronteerd met afbouw en sluiting.
Deze foto’s zijn gemaakt in Augustus 2025.





















































